Toen in maart 2020 de COVID-19-crisis uitbrak, kwam het openbare leven volledig tot stilstand.
Daarmee werd ook officieel de “klok” van de fiscus stilgezet. Het ging om een duidelijke juridische maatregel: doordat alles gesloten was, werden de termijnen waarbinnen burgers documenten moesten indienen of op verzoeken moesten reageren, wettelijk opgeschort. Deze pauze moest voorkomen dat iemand in de knel zou komen tijdens de lockdown. De kernvraag die uiteindelijk door de rechter werd beantwoord, ging echter niet zozeer over het voordeel voor de burger, maar over de vraag of ook de overheid deze periode heeft benut om haar onderzoeken extra tijd te geven.
Veel belastingplichtigen probeerden dit voor de rechter aan te vechten. Hun redenering was dat de pauze voor burgers begrijpelijk en noodzakelijk was, maar dat de belastingdienst daar zelf geen voordeel uit had mogen halen. Volgens hen hadden inspecteurs vóór de pandemie al ruim de tijd gehad en was het niet redelijk om hen nog eens bijna tweeënhalve maand extra speelruimte te geven. Daarmee lag een logische vraag op tafel: was de noodtoestand bedoeld als bescherming voor de burger, of feitelijk ook een verkapte verlenging om te voorkomen dat lopende dossiers bij de fiscus zouden verjaren?
Het antwoord van de rechter is helder en ondubbelzinnig: ook de overheid kreeg die extra tijd. De rechtbanken hebben vastgesteld dat deze aanvullende periode van 78 dagen geen kwestie van keuze is voor de inspecteur, afhankelijk van de voortgang van zijn werk. Het gaat om een vaste, automatisch geldende regel. Als een controle op 14 maart nog liep, kreeg de fiscus wettelijk die extra tijd toegekend, ongeacht of dat in de praktijk noodzakelijk was of niet.
Om te begrijpen hoe de fiscus deze periode heeft benut, is het belangrijk onderscheid te maken tussen wat zichtbaar was en wat niet. Tijdens de lockdown waren kantoren gesloten en konden inspecteurs geen brieven versturen of sancties opleggen, het zogenoemde “formele proces”. Maar dat er geen extern contact was, betekende niet dat het werk stil lag. De rechter heeft bevestigd dat ambtenaren gewoon konden doorwerken achter de schermen, bijvoorbeeld door de beschikbare informatie verder te analyseren.
Deze situatie leverde de overheid een duidelijk strategisch voordeel op. Terwijl de termijnen voor burgers werden opgeschort om hun rechtszekerheid te waarborgen, konden inspecteurs intern gewoon doorgaan met het analyseren van de beschikbare gegevens. Het is te vergelijken met een voetbalwedstrijd waarbij de scheidsrechter de klok stilzet vanwege een incident, terwijl het analyseteam van één van de ploegen in de kleedkamer de beelden van de wedstrijd blijft bestuderen. Dit interne werk is volledig rechtmatig en zorgde ervoor dat de fiscus na de lockdown haar conclusies al klaar had om direct uit te voeren.
Kortom, de pandemie heeft er niet toe geleid dat controles door tijdsgebrek zijn vervallen. De rechter heeft bevestigd dat deze onderbreking een legitieme pauze was voor beide partijen. In de praktijk betekende dit dat de termijn waarbinnen de fiscus controles kan uitvoeren, werd verlengd om het stilvallen te compenseren. Zo werd voorkomen dat dossiers zouden verjaren door de uitzonderlijke omstandigheden, en kon de belastingdienst na de lockdown direct verder met dossiers die inhoudelijk al waren afgerond.
Pilar Penadés