De getuigenprocedure

20 / jan

Het Spaanse rechtssysteem verkeert in een staat van chronische overbelasting, wat leidt tot aanzienlijke vertragingen bij het oplossen van geschillen. Om deze druk te verlichten en de behandeling te versnellen, heeft de wetgever een nieuw juridisch concept geïntroduceerd: de getuigenprocedure.

Momenteel is dit concept bedoeld voor de civiele rechtspraak, maar uitbreiding naar andere rechtsgebieden wordt niet uitgesloten als de resultaten bevredigend zijn. Het concept beoogt procedures met een identieke juridische aard te groeperen.

De strategie is duidelijk:

de behandeling van meerdere soortgelijke vorderingen opschorten in afwachting van de uitspraak in de eerste procedure – de “getuige” – die als leidraad en juridisch kader voor toekomstige uitspraken zal dienen.

Een geschikt voorbeeld voor de toepassing hiervan zijn vorderingen wegens bodemclausules.

Onder dit systeem zet de eerste ingediende vordering de toon. Als er een tweede vordering wordt ingediend, beoordeelt de griffier de gelijkenis met de vorige. Als de algemene contractvoorwaarden en de vorderingen identiek zijn, kan hij de rechtbank voorstellen de procedure op te schorten nog voordat de vordering in behandeling wordt genomen.

Indien de rechtbank dit passend acht, zal zij een opschortingsbeschikking uitvaardigen die van kracht blijft totdat in de getuigenprocedure een onherroepelijk vonnis is gewezen. Samen met de kennisgeving van deze opschorting wordt een kopie van de processtukken van de getuigenzaak toegevoegd, zodat deze in het nieuwe dossier worden opgenomen.

Terwijl de latere rechtszaken worden opgeschort, wordt de getuigenprocedure met voorrang behandeld. Zodra het definitieve vonnis is gewezen, dient de rechtbank te beoordelen of de opgeschorte procedure moet worden hervat, dan wel of de opgeworpen kwesties reeds volledig zijn opgelost door de uitspraak in de getuigenzaak, waarbij wordt nagegaan of er nog bijzondere aspecten zijn die een aanvullende beslissing vereisen.

Kortom, de getuigenprocedure is bedoeld als een instrument om proceskosten te besparen, dubbele gerechtelijke inspanningen te voorkomen en rechtszekerheid te waarborgen door middel van uniforme oplossingen voor identieke zaken. Het werkelijke succes ervan zal echter afhangen van het vermogen van de rechtbanken om deze opschortingen te beheren zonder het recht op effectieve rechtsbescherming te schenden. Alleen de tijd zal uitwijzen of dit instrument de rechtbanken kan ontlasten of dat het juist een extra laag bureaucratische complexiteit toevoegt aan een systeem dat al op het randje van zijn capaciteit opereert.

Pilar Penadés